Nancy Kromotaroeno (38) woont samen met haar man in Eindhoven. Ze heeft een eigen praktijk voor spirituele begeleiding en personal coaching; Praktijk Umai. Ruim tien jaar geleden had ze een bijna-doodervaring.
"De hele week was ik al niet lekker, er heerste buikgriep. Aangezien ik nierpatiënt ben, vertrouwde ik het niet en belde het ziekenhuis. Daar werd ik onderzocht en vervolgens weer naar huis gestuurd. Er was niets aan de hand, zeiden ze. Maar zelf voelde ik dat er iets niet goed was. Mijn ouders kwamen even langs om soep te brengen. Toen ze weg waren, voelde ik me steeds beroerder worden. Opeens werd het helemaal zwart voor mijn ogen, ik kon niets meer zien. Ik ging op bed liggen, en daarna weet ik niets meer. Later is me verteld dat ik een toeval heb gehad. Mijn toenmalige man heeft in paniek een dokter gebeld. In de ambulance heb ik nog vier keer een toeval gehad en ben ik gereanimeerd. Het schijnt dat ik onderweg allemaal namen noemde van mensen die waren overleden. Ik heb uiteindelijk vijf dagen in coma gelegen. Tussen door ben ik wel even wakker geweest en heb ik zelfs televisie gekeken, maar zelf weet ik daar niets meer van; ik was in een totaal andere wereld."
"Ik wandelde door bossen, hoewel mijn voeten de grond niet raakten, en ik praatte met alle dieren die in het bos woonden. Ik wist direct dat dit de wereld was waarin ik thuishoorde. Ik ben van Indiaanse afkomst, dus het voelde vertrouwd dat ik na mijn dood terugging naar het dierenrijk, de wereld van de totemdieren. Ik voelde me gelukkig, gezond en het was er vredig. Alles was adembenemend: de stilte, de dieren, de natuur. Aan de rand van het bos bleef ik staan, er lag een bootje aan de oever van een groot meer. Aan de overkant stond mijn oma, samen met nog meer overleden bekenden. De drang om zo snel mogelijk bij hen te zijn was heel groot, dus ik stapte in het bootje. Maar op een of andere manier kon ik niet aan de overkant komen. Steeds ging er iets mis: het bootje dreef voorbij of ik viel eruit. Ik wilde niets liever dan de overkant bereiken, maar mijn oma riep dat ik terug moest gaan omdat het mijn tijd nog niet was."
"Opeens scheen er een fel licht in mijn ogen; de lampen in het ziekenhuis. Volledig gedesoriënteerd werd ik wakker, nog steeds met dat vredige gevoel. Ik wilde eigenlijk gelijk naar huis. De dokters dachten daar anders over en wilden dat ik eerst aan een revalidatieprogramma meedeed, maar ik voelde me kiplekker. Ik was niet ziek, voor mijn gevoel had ik alleen een waarschuwing van boven gehad. Ze vonden dat ik te weinig naar mijn lichaam luisterde, dat ik anders moest gaan leven. Ook als ik me slecht voelde, ging ik namelijk gewoon door; ik had nergens een rem op. Daarvoor was ik gewaarschuwd. Ik zei het alleen tegen niemand. Iedereen zou me waarschijnlijk voor gek verklaren en dan zou ik nog langer in het ziekenhuis moeten blijven.
Maar ik heb geluisterd en ben inderdaad anders gaan leven. Ik voelde dat ik mensen moest helpen op spiritueel gebied en ben daarom mijn eigen praktijk begonnen. Ook luister ik meer naar mijn lichaam en ga niet door als mijn lijf tegensputtert.
Nog altijd verlang ik soms terug naar die mooie plek. Dat serene gevoel, de dieren, de natuur; daar hoor ik thuis. Maar het is mijn tijd nog niet. Ik heb van boven doorgekregen dat ik pas doodga als mijn man tachtig is, dan gaan we samen. Het is een fijn gevoel dat ik weet waar ik straks naartoe ga, maar ik ben het leven op aarde ook veel meer gaan waarderen. Ik geniet van kleine dingetjes: de vogels, de wolken, de zon, een kop thee. Maar het contact met die andere wereld blijft. Als iedereen maar een klein beetje zou zien van hoe het daar is, zou iedereen veel bewuster leven, net als ik nu doe. De Nancy die ík eerst was, is niet meer teruggekomen.